|
Complicaties van de Photorefractieve- keratectomie (PRK-methode)
Onder -, overcorrectie en geïnduceerde cilinderafwijking (resp. 3%,
<1% en <1%). Deze komen het meest voor en kunnen meestal met een
aanvullende behandeling worden verholpen.
Droog oog. Dit treedt frequent op en is vrijwel altijd
voorbijgaand binnen enkele weken. De behandeling bestaat uit het druppelen
van kunsttranen.
Regressie. Het teruglopen van de gecorrigeerde afwijking, soms
nog tot zes maanden na de behandeling, komt vooral bij de hogere
oogsterktes voor en op relatief jongere leeftijd. Steroïde druppels
kunnnen dit effect tegengaan. Soms is een aanvullende behandeling nodig.
Reticulaire stromale haze.
Dit is een troebeling in het hoornvlies, welke een verminderd
contrastzien kan veroorzaken. Zelden ontstaat een verminderde
gezichtsscherpte (<2 %). In het algemeen verdwijnt deze troebeling in het
hoornvlies na 12 tot 24 maanden.
Oogboldrukverhoging. Dit kan een gevolg zijn van de voor de
behandeling gebruikte steroid druppels. Blijvende oogboldrukverhoging na
een PRK is nog niet beschreven.
Hoorvliesdefectjes. (cornea punctata). Deze kunnen een
zandgevoel geven en worden mogelijk veroorzaakt door conserveermiddelen in
de druppels of door NSAID druppels.
Recidiverende hoornvliesdefectjes (cornea erosies). Deze kunnen
ontstaan bij een aangeboren zwak hoornvliesepihteel. De behandeling
hiervan kan langdurig zijn, maar is vrijwel altijd succesvol.
Decentratie van de behandeling. Door een slechte fixatie kan
dit ontstaan en de mate waarin bepaald de klachten; halo’s en glare
(kringen rond een lichtbron en verlies van contrastzien).
Central islands. Dit zijn gebieden in het hoornvlies welk niet
of te weinig zijn gecorrigeerd met de laser. Met de scanning flying spot
laser technologie is de kans hierop zeer gering. Indien storend is een
aanvullende behandeling nodig.
Hoornvlieszweer met een bacterie of ander micro-organisme
(<1:10.000). Dit is een uiterst zeldzame complicatie die het
gezichtsvermogen blijvend kan schaden. Een snelle en adequate behandeling
met antibiotica is dan geboden en kan nog tot een acceptabel resultaat
leiden. De kans hierop is groter als er een bandagelens wordt gedragen.
Keratectasie (voortschrijdende uitbochting van het hoornvlies)
geschat < 4:100.000. Dit is een extreem zeldzame complicatie, waarbij
er na een aantal maanden tot soms twee jaar een toename van bolling van
het hoornvlies zicht voordoet. Hierdoor neemt de sterkte van het oog weer
toe. Een deel van deze groep zal een hoornvliestransplantatie nodig hebben
om de afwijking te kunnen corrigeren. Er zijn een tiental gevallen in de
literatuur beschreven. Dat is vergeleken met de miljoenen behandelde ogen
een uitermate kleine groep. |