|
|
Beide namen worden door elkaar gebruikt.
Beeld:
Dystrofie of degeneratie van het netvlies;
meestal beginnend met een ringscotoom (scotoom rondom het midden van het netvlies)
dat zich naar binnen en naar buiten toe uitbreidt.
Het betreft een erfelijke aandoening. Er zijn
drie erfelijkheidspatronen bekend: autosomaal dominant, autosomaal recessief
en X-chromosoom recessief.
Prognose: er is sprake van een 'trapsgewijs'
verloop. De visus kan lange tijd stabiel zijn en dan ineens afnemen.
Soms blijft er een visusrest over, soms leidt
de aandoening tot blindheid. Dit is niet te voorspellen.
Symptomen:
- nachtblindheid. Als eerste zijn meestal de staafjes aangedaan, welke
voor het zien bij schemer/donker nodig zijn;
- een progressieve gezichtsveldbeperking, eindigend in kokervisus, waarbij
soms nog sprake is van een rest in de periferie;
- aanvankelijk kan het centrale zien nog intact zijn, in een later stadium
kan ook het scherpe zien verstoord raken;
- verstoorde lichtadaptatie;
- verstoord kleurenzien.
Consequenties voor het dagelijks leven:
- nachtblindheid; bij schemer en donker moeite met (detail)zien;
- het zich oriënteren in de ruimte is moeilijk door het beperkte gezichtsveld;
- een laag leestempo, omdat maar weinig letters tegelijk worden waargenomen;
- moeite met volgen van bewegende voorwerpen (die zijn opeens in het
blikveld, of opeens verdwenen);
- hinder van scherp (dag)licht.
Behandeling:
Er is nog geen therapie bekend.
Richtlijnen:
- optimale verlichting toepassen;
- overzicht neemt toe als men de afstand tot een voorwerp groter maakt;
- om overzicht van een situatie te krijgen, moet men scannen;
- systematiek aanbrengen in bekijken van werkvlak of ruimte;
- contrastrijk materiaal gebruiken;
- gebruik van een zonnebril (UV-shield) tegen lichtgevoeligheid;
- andere zintuigen inschakelen naast gebruik van de restvisus;
- teksten verkleinen bij scherpe kokervisus om zodoende meer overzicht
te krijgen;
- teksten vergroten bij onscherpe kokervisus;
- vermijden van verblinding.
|