|
Voor een optimaal gebruik van de restvisus
kan het soms belangrijk zijn om een nieuwe manier van kijken aan te leren.
In sommige gevallen is de slechtziende al
spontaan de meest efficiënte manier van kijken gaan gebruiken. In de praktijk
echter is gebleken dat dit niet altijd het geval is. Binnen de Zientraining op
Het Loo Erf wordt onderzocht wat de beste manier van kijken is. Vervolgens kan
men zich deze manier eigen maken.
Met name lezen wordt vaak moeilijk voor een
slechtziende.
Gezichtsvelduitvallen kunnen een sterke
invloed hebben op het leesproces. Vaak is een afname van het leestempo het
gevolg.
Hieronder zal een aantal kijkstrategieën de
revue passeren. De drie eerst genoemde kijkstrategieën zijn gekoppeld aan drie
veel vóórkomende vormen van gezichtsvelduitval.
We spreken van kokervisus als er uitval is
van het perifere gezichtsveld. Alleen het centrale zien functioneert dan nog.
In dit geval is zowel links als rechts van
het centrum sprake van uitval. Hierdoor heeft men geen overzicht. Men zal dus
moeten 'scannen' om zich een totaalbeeld van de omgeving te vormen. Zeker als
men specifiek iets zoekt, is de meest efficiënte manier van zoeken het
systematische scannen. Zo kan men, wanneer men bijvoorbeeld iets zoekt op het
aanrecht, dit goed doen door systematisch van links naar rechts en van voor naar
achter te kijken; het aanrecht wordt in banen verdeeld.
Het leesproces kan ook zeer negatief beïnvloed
worden door een beperkt gezichtsveld. Men heeft dan geen overzicht over de hele
zin. Men kan niet zien waar men naartoe moet lezen (normaal werkt de periferie
als 'padvinder') en het vinden van de nieuwe zin is moeilijk. Daarbij kan het
fixatieveld ook kleiner zijn geworden; men kan minder letters tegelijk zien.
Wanneer gelezen wordt met de 'oude' oogbewegingen, springt men voortdurend over
een aantal letters heen. Hierdoor wordt het moeilijk de samenhang en inhoud van
een tekst op te nemen en kan het nodig zijn om meerdere regressies te maken
(terug moeten lezen). Dit kost veel tijd.
Door middel van training kan men proberen te
leren de oogbewegingen aan te passen aan het nieuwe fixatieveld. Men moet dan
leren kleinere sprongen te maken, zodat men niet over een aantal letters
heenspringt. Het gebruik van een liniaal of het meewijzen met de vinger kunnen
het gemakkelijker maken de zin vast te houden, dóór te lezen en het begin van
de nieuwe zin te vinden. Het gebruik van een visoletloep kan óók op die manier
werken. De visoletloep geeft tevens een geringe vergroting en werkt
contrastverhogend. Voor sommige slechtzienden is het efficiënter om niet de
ogen maar de tekst te bewegen, zodat de tekst steeds binnen het (beperkte)
gezichtsveld valt.
Het vinden van de nieuwe regel is vaak ook
gemakkelijker wanneer men over de 'oude' zin teruggaat naar het begin van de
regel, en pas daarna een regel naar beneden zakt.
Iemand met kokervisus kan voor zichzelf
uitproberen welke manier van bewegen voor hem het prettigst is: de ogen bewegen,
het hoofd bewegen, de tekst bewegen of een combinatie van deze drie manieren.
Bij een centrale uitval valt bij de oude
manier van fixeren hetgeen men op fixeert, weg. Om iets te zien, moet men
ernaast, erboven of eronder kijken.
Dit noemt men excentrisch fixeren: een
manier van kijken waarbij men niet als bij de oude reflex het centrum
richt op datgene wat men wil zien, maar waarbij men met de periferie kijkt.
Details waarnemen is daardoor onmogelijk.
Het leesproces wordt ook zeer negatief beïnvloed
door een centrale uitval.
Wanneer er sprake is van centrale uitval,
vallen steeds de middelste letters van een woord weg waarop men fixeert. Daarbij
komt dat het vermogen om details te zien afneemt met de afstand tot de macula.
Dus hoe groter de centrale uitval, hoe geringer de gezichtsscherpte en hoe
groter de vergroting die men nodig heeft om nog te kunnen lezen.
Een goed ontwikkelde fixatiereflex zorgt
ervoor dat men probeert te lezen op de oude manier, waarbij de hersenen
automatisch de kortste afstand naar het centrum van de retina (de macula) kiezen
om mee te lezen of details te zien. Deze reflex blijkt zeer hardnekkig, ook
wanneer de macula ten gevolge van een oogaandoening niet goed werkt.
Ten gevolge van de centrale uitval is er nu
tijdens het lezen sprake van "gaten" in de ketting. Ook hier moet men
dus weer gebruik maken van excentrische fixatie.
Men is gedwongen te lezen met de periferie.
Men kan er voor kiezen links, rechts, onder
of boven de tekst te kijken.
Voor het lezen geldt dat het meest efficiënt
is om onder of boven het woord of de zin die men wil lezen, te kijken.
Dit is gunstiger dan links of rechts van de
uitval te kijken. Wanneer men namelijk links van de uitval kijkt, zit de uitval
'in de weg' bij het naar rechts doorlezen. Kijkt men rechts van de uitval, dan
'zit hij in de weg' bij het vinden van de nieuwe zin.
Door middel van training kan men proberen
een nieuwe fixatiereflex aan te leren.
In dit geval is het belangrijk er achter te
komen hoe het gezichtsveld er precies uitziet, waar de scotomen zitten en welke
delen van het netvlies het beste te gebruiken zijn. Het best bruikbaar wil
zeggen: zo groot mogelijk, zodat men een zo groot mogelijk overzicht kan
krijgen. Hierbij is het essentieel dat de slechtziende zich hier zèlf heel goed
bewust van is, omdat dit het makkelijker maakt de oude reflex te onderdrukken en
zich een nieuwe reflex aan te leren.
Zo wordt bijvoorbeeld bij een ringscotoom
(een ringvormige uitval waarbij het centrum en de uiterste periferie goed zijn)
niet vaak spontaan de periferie ingeschakeld om overzicht te krijgen. Dit wordt
makkelijker als men zich bewust is van die mogelijkheid.
Wanneer er sprake is van een hemianopsie
(hierbij is de linker of rechter helft van het gezichtsveld uitgevallen), kan
het lezen soms vergemakkelijkt worden wanneer men leert lezen met de tekst 90
graden gedraaid, dus van boven naar beneden of van beneden naar boven.
De strategieën die we hier zullen bespreken
ontstaan meestal spontaan. Het is wel belangrijk om zich bewust te zijn van de
reden, zodat men er optimaal gebruik van kan maken en het ook gemakkelijker is
om het uit te leggen aan derden.
Een strategie die vaak wordt gebruikt, is
het snellezen. Door in hoog tempo over de zin 'te vliegen', wordt de nystagmus
onderdrukt. Dezelfde tekst moet dan wel vaak 2 of 3 keer worden gelezen.
Soms is het aanhouden van een korte
leesafstand effectief; door het accommoderen en convergeren worden de ogen als
het ware 'in de hoek vastgezet', waardoor de nystagmus minder wordt. Ditzelfde
principe geldt wanneer men het hoofd in een bepaalde hoek ten opzichte van de
tekst houdt.
Ook ziet men vaak dat mensen met nystagmus
voortdurend een beetje 'wiebelen' met het hoofd. Hierbij wordt het hoofd bewogen
in de richting tegenovergesteld aan de nystagmus, waardoor de bewegingen elkaar
als het ware opheffen.
Stress en vermoeidheid hebben een negatieve
invloed op de nystagmus. Daarom is het nemen van pauzes en het zoeken naar een
goede balans tussen in- en ontspannen belangrijk.
Ook door direct of indirect op de ogen
vallend licht kan nystagmus erger worden. Dit dient dus steeds vermeden te
worden.
Zoals reeds vermeld bij 'kokervisus', geldt
voor bijna iedere vorm van slechtziendheid dat het lastig is het begin van een
nieuwe zin te vinden. Dit is ook het geval bij het gebruik van een optisch
hulpmiddel of een TV loep. De meest efficiënte manier is dan om over de gelezen
zin terug te gaan naar het begin en pas daarna naar de volgende regel te zakken.
|