|
Accommodatie noemt men het vermogen van het
oog om de lichtbreking te veranderen. Wanneer we op een voorwerp fixeren dat
dichter bij het oog wordt gebracht, accommoderen we: door een reflexmechanisme
wordt de lens boller en sterker brekend, waardoor het beeld op het netvlies
scherp afgebeeld wordt.
Accommoderen is een functie van de lens. De
lens is een aan beide kanten bol gekromd orgaantje, dat geheel doorschijnend is.
De lens bestaat uit een kern, een schors en een kapsel. Het geheel heeft een
bepaalde elasticiteit die in de loop van het leven afneemt. De lens groeit en
men kan verschillende lagen in de lens herkennen, zoals de jaarringen in een
boom.
De lens is gevat in een systeem van dunne
vezels, de zonula-vezels, die aan het 'corpus ciliare' vastzitten.
Wanneer de vezels verslappen, hetgeen
gebeurt wanneer de kringspier van het 'corpus ciliare' (de 'musculus ciliaris')
zich aanspant, kan de lens door zijn elasticiteit boller worden, waardoor er een
sterkere breking van de lichtstralen optreedt. Dan spreken we van accommodatie.
Verslapt daarentegen omgekeerd de 'musculus ciliaris', dan spannen de
zonula-vezels het kapsel aan en wordt de lens dunner.
De elasticiteit van de lens neemt af
naarmate we ouder worden. Vanaf de leeftijd van gemiddeld 45 jaar begint de
accommodatie te kort te schieten. Men is dan aangewezen op het gebruik van een
leesbril.
Hiervoor gelden de volgende richtlijnen:
|